Zelfvertrouwen (2)

In de afgelopen jaren heb ik uiteraard heel wat mensen in de les gehad die door een zware periode in hun leven gingen. Zelfverdediging leren is daar vaak een stap in: op wat voor manier dan ook, als je er oprecht in gaat, verandert het je.

Vaak komt er dan een moment waarop oude emotie naar boven komt. En tja, die emotie moet eruit (de “e” in emotie is van “naar buiten”). Als die emotie in je blijft zitten, kun je geen stappen nemen. Dan blijf je hangen op de plek waar je al was.

Uiteraard heeft iedereen moeite met emotie tonen, maar een argument dat ik steeds weer van verschillende mensen blijf horen is: “Ik ben zo bang dat als ik begin met huilen, ik niet meer kan stoppen.”

Wat is jouw band met je lichaam?

Dat heb ik altijd al een raar idee gevonden, dat je niet meer zou kunnen stoppen. Maar omdat ik het zo vaak hoor, vond ik dat ik er eens in moest duiken. De reden dat ik het een raar idee vind, is op z’n simpelst gezegd: Je hebt geen onbeperkte hoeveelheid water in je lichaam. Dus eens zal het uit zichzelf wel stoppen. Toch?

Het voelt voor mij dan ook alsof je zelfs op een heel concreet niveau geen band hebt met je lichaam. Je lichaam heeft een begrensde inhoud, dus in principe zou je moeten kunnen uitrekenen hoeveel tranen je in je hebt, hoeveel tranen je per uur kunt huilen, en dus hoe lang het huilen door zou kunnen gaan.

Ja, dat is een beetje plat uitgedrukt. Maar het leidt wel naar de vraag: wat is jouw band met je lichaam?

Je hebt een lichaam, maar je bent er ook een. In de mode van dit moment is het “in” om zeer veel controle over je lichaam rationeel over te nemen. Van yoga tot crossfit tot allerlei ademhalingstechnieken, we zijn vooral bezig ons lichaam te reguleren. En daar wordt je lichaam een ding van.

Door dat “verdingen” (zoals een leraar dat eens noemde), ontstaat er een afstand tussen jou en je lichaam. Je hebt er nog wel een, maar je bent het niet meer.

Alleen werkt dat natuurlijk averechts. Hoe meer je aan het reguleren bent, hoe groter de afstand tussen jou en je lichaam, en hoe meer je dus moet reguleren, want je weet niet meer wat jouw lichaam allemaal zelf kan.

En dus gaan we op internet lezen “welke 5 types voedsel je nóóit mag eten” en meer van dat soort onzin – terwijl ons lichaam een prima werkend systeem heeft om te weten waar het behoefte aan heeft: trek. Vandaag voel ik me niet zo lekker, en ik moet dus niet denken aan koffie. Maar wel aan ragout. Oké, eten we ragout. En drinken we geen koffie.

Zo is het ook met emoties. Welke emotie zit er in je lichaam? Wat wil je lichaam op dit moment tegen je zeggen? Moet je huilen? Dan moet je huilen. Daar komt heus wel weer een einde aan. Elk stukje huilen dat jij binnenhoudt, moet er een andere keer nog uitkomen. Je schuift het probleem alleen op.

En dat is nou juist niet de bedoeling van zelfverdediging. Bij zelfverdediging beslis je juist dat je het probleem niet meer gaat opschuiven. Je gaat de dingen aanpakken.

Vertrouwen dat je lichaam het kan

Je dacht misschien dat ik direct tips ging geven over een ander soort zelfvertrouwen: het zelfvertrouwen dat je het wel kunt. Dat zou mooi zijn, maar je kunt niet dat type zelfvertrouwen hebben als je niet eerst het andere zelfvertrouwen hebt.

Zoals ik al vaker zeg: zelfverdediging leren is niet iets van buitenaf leren. Het is beseffen wat voor mogelijkheden je al ín je hebt. Zelfverdediging gaat niet over “moves” leren; zelfverdediging gaat over jezelf toestemming geven om voor jezelf op te komen.

Om dat te kunnen, is het dus belangrijk dat je begrijpt dat je lichaam alles wat het nodig heeft al in zich heeft. Dat het het zelf wel kan. Zelfverdediging leren is dus hernieuwd de band aangaan met je lichaam. Ontdekken dat jij je lichaam bént. Leven tot in je vingertoppen.

Je lichaam kan een kleine auto optillen. Je lichaam kan 4 à 5 man aan. Je lichaam kan zelf wel uitzoeken wat voor voeding het nodig heeft. En je lichaam kan zichzelf wel herstellen als je de griep of een blessure hebt.

Over het “zelf” in “zelfvertrouwen”

Zoals ik onder andere hier, hier en hier uitgebreid heb beschreven, is onze door mannen bepaalde maatschappij erop gericht jou het idee te geven dat je hulpeloos bent. Als je iets aan het repareren bent, staat er altijd wel een man klaar om te zeggen “Laat mij maar even”, en jullie kleding heeft nep-zakken, want wíj houden jullie eigendommen wel bij ons.

Daarom is het niet zo gek dat het idee van zelfvertrouwen zoals ik het hierboven beschrijf, voor veel vrouwen een vreemd beeld is. Want je moet toch op iemand anders vertrouwen? Iemand anders moet jou toch vertellen wanneer je mag huilen en wanneer het klaar is? Iemand anders moet jou toch het antwoord geven? Je kunt het toch niet – alleen?

In de afgelopen vijf jaar heb ik aan heel veel verschillende mensen lesgegeven. En van al die verschillende mensen hoor ik één opmerking steeds terug:

“Op jou kunnen we tenminste vertrouwen. Jij bent niet zoals die andere mannen. Bij jou voel ik me veilig.”

Eerlijk gezegd heb ik daar maar één antwoord op:

“Jammer.”

Want als je vroeger verkeerde mannen vertrouwde, en je vertrouwt nu mij, dan heb je je probleem niet aangepakt. Je hebt je probleem alleen opgeschoven. En dat gingen we nou juist niet meer doen bij zelfverdediging.

Laat ik uitleggen wat ik bedoel. Jaren geleden ging ik op dansles. En bij dansen moet de heer de dame leiden. Dat kon ik natuurlijk nog niet, maar gelukkig waren de dames in de les allemaal heel lief, dus als ik het verkeerd deed, zorgden zij ervoor dat het figuur toch nog goed kwam…

…tot ik een keer op een feest ging dansen. Toen was het figuur natuurlijk niet afgesproken. En omdat ik niet kon leiden, wist de dame niet wat ze moest doen. Resultaat: totale mislukking.

Een paar lessen later (ja, want ik gaf nog niet op) moest ik dansen met de lerares. Die voelde dat ik niet leidde, en zei direct: “Ja, als jij niet leidt, ga ik niets doen.”

Zo, die kwam wel even hard aan. Kon ik haar vertrouwen? Nee. Was het veilig? Nee. Maar raad eens waarom ik dit onthouden heb? Omdat ik op dat moment heb leren leiden.

De enige manier waarop ik kan leren leiden, is als ik zeker weet dat niemand me helpt.

Zo is het ook met zelfverdediging. Als je op mij vertrouwt, vertrouw je op de verkeerde. Het is expliciet niet de bedoeling dat je mij gaat vertrouwen. Het is de bedoeling dat je jezelf gaat vertrouwen.

Mij vertrouwen kan je daarbij flink in de weg staan. Ik noem vaak het voorbeeld van het buigen en groeten in de martial arts. Daarvan leer je precies wat je niet wilt leren: dingen aannemen van een autoriteit. Dat doen we dus niet in mijn les. Ook is het belangrijk dat je me niet “u” of “meneer” noemt. Het belang hiervan werd de afgelopen maanden weer pijnlijk duidelijk toen er veel gevallen van seksueel misbruik in de sport aan het licht kwamen, steeds door mensen met een vertrouwenspositie.

Maar belangrijker is nog dat ik je niet laat wegkomen met vermijding. Jij gaat in de les écht aanpakken, en als je probeert ergens onder uit te komen, dan ga ik daar niet in mee. Vind je iets moeilijk? Ben je blij dat je er vanaf bent? Mooi, dan mag je het nog een keer doen.

Irritant? Jazeker. Maar het is noodzakelijk dat je de stap maakt van “anderen vertrouwen” naar “jezelf vertrouwen”. Ik heb liever dat je aan het eind van de cursus denkt, “Wat een vervelende vent, maar ik heb gedaan waar ik voor kwam”, dan dat je zegt “Wat een aardige man, samen met hem lukte het wél.”

Want als je dit ooit nodig hebt ben ik er niet. Je zult er alleen voor staan, en niemand zal je helpen of het makkelijk voor je maken. Juist je vertrouwen op een ander zal je in zeer ernstig gevaar brengen.

Er is niks speciaals aan zelfvertrouwen

Eigenlijk denk ik dat er een groot misverstand bestaat rondom de woorden “vertrouwen” en “zelfvertrouwen”. Ik vermoed dat mensen eigenlijk niet op zoek zijn naar vertrouwen, maar naar zekerheid. Maar zekerheden bestaan helemaal niet. Je weet nooit van tevoren of iets lukt of niet.

Maar behalve dat: als je iets zeker weet, hoef je er niet op te vertrouwen. Het woord “vertrouwen” geeft juist al aan dat het ook mis kan gaan …en dat je het ondanks dat, toch gaat doen. Anders zit er ook geen waarde in het idee “vertrouwen”. Ik heb geen vertrouwen nodig om mijn sokkenla te sorteren, en niemand zal zeggen “Wow Valeer wat knap dat je je sokkenla hebt gesorteerd, je zal wel een boel zelfvertrouwen hebben.”

“Zelfvertrouwen” is niet een soort toverspreuk die ervoor zorgt dat alles wat je doet, lukt zoals jij het wil. Als je daarop gaat zitten wachten: sorry, die zekerheid ga je nooit krijgen. Waar het om gaat, is dat je gaat handelen op een manier die het beste voor jou is, met de overtuiging: “Tja, als het mis gaat, dan zien we dat dan wel weer en doen we dan wel weer wat er nodig is.”

Ik zou eigenlijk willen zeggen: zelfvertrouwen omarmt het “niet-zeker-weten”, en neemt dat mee in wat je doet. Het is een belangrijke vaardigheid of attitude of hoe je het ook wilt noemen, voor je hele leven. En om dit zelf te doen. Ook als al je vrienden geen thuis geven en ook als je bang bent. Je angst neem je ook mee, want net als de tranen heeft het geen zin je angst proberen weg te stoppen.

Ik denk dat je “zelfvertrouwen” het best kunt omschrijven als “Het tóch doen”. Ook al is het moeilijk, ook al weet je niet zeker of het gaat lukken. De wereld is niet eerlijk. Soms is het leven gewoon moeilijk. Door dat te accepteren, maak je het minder groot.

Dan neem je je angst en je “niet-zeker-weten” bij de hand, en neem je simpelweg – de volgende stap. Eigenlijk is zelfvertrouwen gewoon: “leren leiden”.

Meer lezen over zelfvertrouwen? Over hoe jij overkomt op anderen schreef ik in Uitstraling bestaat niet, en wat een zelfverzekerde houding zegt over andere mensen schreef ik in Zelfvertrouwen (1).

Een gedachte over “Zelfvertrouwen (2)

  1. Maaike

    Mooi, heel mooi en heel waar! Kan er heeeeel veel over zeggen en bij vertellen maar dat is ergens ook niet nodig. Gewoon heel goed geschreven, dankjewel.

    Groetjes, Maaike

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *