Vrouwen komen van Mars

Na alles wat ik de afgelopen jaren heb gezien in de lessen die ik geef, geloof ik niet meer dat vrouwen minder krachtig zijn of minder kunnen dan mannen. Sterker nog, ik geloof niet meer dat ik kan voorspellen wat iemand allemaal wel of niet kan. Ik heb mensen zulke grote stappen zien maken, dat ik denk dat je van tevoren gewoonweg niet kunt weten waar de limiet ligt – als die er al is.

Dat maakt het extra pijnlijk als die mogelijkheden niet uit de verf komen. Als mensen het niet voor elkaar krijgen om stappen te maken of zich te ontdoen van hun blokkades. Wat is daar dan aan de hand, en wat kunnen we daar aan doen?

Afwachten en meebewegen

Als ik samenvat wat er gebeurt op momenten dat mensen niet uit de verf komen, dan valt me eigenlijk op dat het allemaal gaat over passiviteit. Als mensen moeite hebben om iets uit de oefeningen te halen, dan komt dat in de eerste plaats vaak doordat ze bang zijn “het foute antwoord” te geven. Mensen zeggen dan vaak “ik weet niet hoe het moet”, maar wat ze eigenlijk bedoelen is “ik weet niet hoe het hoort“.

Dat is niet zo gek als je naar ons schoolsysteem kijkt. Veel tests bestaan uit multiple choice vragen: a, b, c, of d. En dan is er dus één goed antwoord. Mensen zijn dus vaak zo bang om het verkeerde te antwoord geven, dat ze liever niks doen.

Dat is in het geval van zelfverdediging (en in de rest van je leven misschien ook wel) helaas precies datgene wat je mensen niet wil aanleren. Verlammen uit angst het verkeerde antwoord te geven is precies het tegenovergestelde van wat je wil. In de oefeningen die ik geef zitten zoveel verschillende mogelijkheden, daar bestaat het “juiste” antwoord niet. En het enige foute antwoord dat er bestaat is “niks doen”.

Maar dat passieve zie ik ook op grotere schaal. Niet alleen tijdens de oefeningen; ook tijdens de les als geheel, en in het dagelijks leven, lijken deze mensen zich altijd te voegen naar wat er bestaat. Over een werksituatie zei een leerling onlangs “Je weet niet altijd gelijk het antwoord als iemand je iets vraagt.” Dat is zeker waar, maar waarom heb je ueberhaupt het idee dat je direct antwoord moet geven? Jij bent toch met je eigen werk bezig?

En zo lijken mensen vaak de vragen en wensen van anderen als een onveranderbaar gegeven te zien. Het lijkt of ze alleen maar manieren zoeken om daar in te kunnen meebewegen, in plaats van de interactie als gelijkwaardig te zien, en hun eigen bewegingsvrijheid te bewaken.

Het vrouwenbrein in actie?

Nou bestaan er in de populaire psychologie allerlei mythes die beweren dat dit bij vrouwen nou eenmaal zo werkt. Mannen zijn meer gericht op gereedschap en actie, vrouwen op het sociale leven en interactie. Jongensbaby’s grijpen naar de brandweerauto, en meisjesbaby’s naar poppen. Dat komt nou eenmaal doordat mannenbreinen en vrouwenbreinen anders in elkaar zitten. Vrouwen zijn nou eenmaal afhankelijk en passief.

Toch?

Gina Rippon, in het boek The Gendered Brain, maakt genadeloos gehakt van al deze mythes. Door de onderzoeksmethoden van deze psychologen te bekijken, laat ze zien dat deze verschillen helemaal niet bestaan. Het allerbelangrijkste dat over het brein gezegd kan worden, is dat het enorm maakbaar is (p109).

Als baby’s iets goed kunnen, dan is het wel sociale regels leren. Onze soort zit zo in elkaar dat sociale regels erg belangrijk zijn. Een paar jaar geleden zag ik een documentaire over leren bij kinderen en bij apen. Ze kregen een zwarte kast en een stokje, en een man ging laten zien dat als ze op verschillende manieren het stokje gebruikten, ze een snoepje uit de kast konden halen. Zowel de aap als het mensenkind leerden dit zonder probleem.

Maar nu vervingen ze de zwarte kast door een doorzichtige kast. Daardoor kun je zien dat al die handelingen met het stokje helemaal niet nodig zijn: het snoepje ligt gewoon achter een luikje. De aap opende dus direct het luikje en pakte simpelweg het snoepje uit de kast. Maar het mensenkind ging nog precies de geleerde, nutteloze handelingen doen om het snoepje te krijgen.

Bij mensen is het belang van “leren van de ander” zo groot, dat we heel snel veel uitvindingen hebben kunnen doen, en veel nieuwe kennis kunnen opdoen. De keerzijde daarvan is dat we soms andere mensen – en de maatschappij – iets te goed geloven.

Want Rippon laat zien dat in de eerste paar maanden van het leven van een kind er helemaal geen verschillen te ontdekken zijn. Pas zodra het sociale leren op gang komt, ontstaan er ineens veranderingen. De “roze tsunami” aan prinsessenspullen zijn dus geen effect van het vrouwenbrein (verschillende bronnen uit het begin van de twintigste eeuw schrijven roze voor als kleur voor jongensbaby’s en blauw voor meisjesbaby’s) maar een effect van sociaal leren.

Bestaat het vrouwenbrein – of is er iets anders aan de hand?

Rippon beschrijft door het hele boek heen hoe de kans groot is dat meisjes leren dat ze zich als meisje moeten gedragen, en dat dit het “vrouwenbrein” met meer focus op interactie en minder op actie, tot gevolg heeft (p167, 173).

In studies naar kinderen is het eigenlijk belangrijker te kijken naar het gedrag dat de moeder uitlokt, dan naar het gedrag van het kind zelf. Want daar zit vaak al het verschil. Moeders moedigen bij meisjesbaby’s meer interactie aan, en bij jongensbaby’s meer objectgericht spelen. En we weten hoe het brein verandert onder invloed van leren. 3 maanden jongleerles brengt al een structurele verandering in het brein teweeg (p111). Kinderen leren door hongerig alle sociale regels op te slokken die ze kunnen vinden (p141).

Maar eigenlijk denk ik dat het veel simpeler ligt. In mijn vakgebied zijn veel scholen die alleen fysieke technieken leren. Daar zeggen we vaak over: “Als het enige gereedschap dat je hebt een hamer is, begint alles ineens op een spijker te lijken.” Als het enige gereedschap dat je hebt, géén gereedschap is… dan lijkt alle actie ineens onmogelijk.

Ik denk dus dat hier de volgorde oorzaak-gevolg is omgedraaid. Als maatschappij leren we vrouwen al van jongs af aan dat actie en initiatief niet voor hen zijn. Daarbij leren we ze aan dat ze zwakker zijn dan mannen. Ik denk dus dat vrouwen niet eens van hun moeder of andere vrouwen hoeven te leren hoe ze passief en onderdanig moeten zijn. Ik denk dat het simpelweg een uitkomst is van de situatie waar ze in worden geplaatst.

Want als je gelooft dat de ander altijd sterker is, wat voor onderhandelingspositie heb je dan? Geen onderhandelingspositie. Je kunt niet vragen om wat je wil, en je kunt niet weigeren wat je niet wil. Je zult het de ander naar de zin moeten maken om te proberen je zin te krijgen.

Voor de meelezende mannen die vinden dat vrouwen manipulatief zijn: ja, dat krijg je ervan. Want mensen hebben dingen nodig in het leven. Mensen moeten dingen kunnen vragen. Kunnen ze dat niet assertief, dan moeten ze omwegen verzinnen om hun zin te krijgen, en dat noemen we manipulatie.

Daarbij ontstaat een constante angst – de angst om afgestraft te worden. Want “straf” is wat iemand in een ondergeschikte positie krijgt. Als je toch niks terug kunt doen, dan is een pak slaag geen gevecht, maar een straf. En dat is precies wat ik in de les terug zie. De deelnemers die het meest moeite hebben met initiatief nemen en actief worden, vertonen de verlammende angst voor straf. Straf voor als ze het verkeerd doen en straf wanneer ze het “verkeerde” antwoord geven.

Rippon beschrijft dat de “grotere respons op emotie” die vaak aan vrouwen wordt toegeschreven, niet aanwezig is bij de geboorte (p162). Het lijkt me logisch dat het kunnen aanvoelen van de emotie van de ander zeer belangrijk is als je in een afhankelijkheidspositie zit. Elke verkeerde opmerking of handeling kan je de woede van de ander op de hals halen, dus het is belangrijk heel subtiele signalen te kunnen opvangen (p50).

In een onderzoek in 1970 beschreven psychologen typische vrouwelijke eigenschappen als “afhankelijk” en “onderdanig” (p203), maar tegelijkertijd beschouwden ze deze eigenschappen niet als gezond voor een volwassen persoon. Dat lijkt me logisch: ik denk dus dat deze eigenschappen ontstaan als reactie op de afhankelijkheidspositie.

Er is dus niet zoiets als een vrouwenbrein dat leidt naar een positie van afhankelijkheid en bezorgdheid om emotie en interactie, maar het is de positie van afhankelijkheid die het afhankelijke brein maakt.

Hoop voor de toekomst

Dat het brein zo maakbaar is, is tegelijkertijd een zegen en een probleem. Het verbaast mij nog steeds elke keer dat mensen aan kunnen leren om zwak te zijn. Ik zie de leerling voor me staan, en zie waar ze toe in staat is, maar ze heeft zo goed geleerd dat ze het niet kan, dat ze het ook echt niet kan. Dat is voor mij een beangstigende waarheid.

Tegelijkertijd weet ik dat ze het wél kan. De enige blokkades die er zijn, zijn mentaal, en mentale blokkades zijn op te heffen. Want dat is de zegen van de maakbaarheid van het brein. Als drie maanden jongleertraining al een zichtbaar effect heeft in het brein, dan kun je dus veranderen.

Dat betekent niet dat dat makkelijk is. Want de boodschap dat je zwak en ondergeschikt bent, blijf je dagelijks van de hele maatschappij horen, terwijl je zelf in je eentje maar moet zien te leren dat je sterk bent. Als het om mijn leven ging, zou ik het dan ook stevig aanpakken:

* Zet een support-groep op met vriendinnen waarin je elkaar aanmoedigt in actie tegenover passiviteit
* Ga met technisch lego spelen: jongens worden hiermee aangemoedigd om de wereld om zich heen te zien als iets dat je kunt controleren
* Leer origami: dit helpt je mentale rotatievermogen te verbeteren
* Lees het boek Mindset van Carol Dweck, over de maakbaarheid van het brein
* Besef hoeveel je dagelijks al doet dat controle over de wereld om je heen betekent
* Ga dingen leren bouwen, maken, met gereedschap om leren gaan etc
* Zorg dat de mannen in je leven ook die mythes over het vrouwenbrein de deur uit doen
* Verzin een beter versie van dit lijstje

Een nieuwe vaardigheid aanleren is meestal een kwestie van herhalen. Pianospelen, boulderen, wat dan ook. Maar wat ik denk dat mensen over het hoofd zien, is dat herhalen dus ook leren is. Alles wat je vaak herhaalt, leer je jezelf aan. Het is dus belangrijk om zeer goed te kijken naar de dingen die je vaak zegt en doet. Want misschien train je jezelf wel ongewild om zwak te zijn.

Ik weet dat je meer kan dan jij denkt dat je kan. Misschien is de rest van de maatschappij nog niet klaar om haar voordelen over het “vrouwenbrein” op te geven. Maar het is jouw leven. Laat niemand jou passief maken.

—————————————————————————-
Rippon, G. The Gendered Brain: The new neuroscience that shatters the myth of the female brain. London: The Bodley Head 2019.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *